
Seenons versterkt Europese positie door overnames in Denemarken en Zweden
16 juli 2026
28 mei 2022
5 minuten

Nederland staat vol gras, maar behalve voeren aan koeien doen we er weinig mee. Start-up Grassa gaat daar verandering in brengen. Door gras te raffineren hoeft Nederland minder soja uit gekapt oerwoud te importeren, daalt de stikstof- en de CO₂-uitstoot van boerenbedrijven, neemt het mestoverschot af en krijgen koeien makkelijker te verteren veevoer. Met de nieuwe proeffabriek bespaart de melkveehouderij 9,5 megaton CO₂.
Olie raffineren om er benzine en andere belangrijke grond- en brandstoffen van te maken, dat kennen we. Maar gras? Toch is dat precies wat Grassa doet. Door gras te persen, te verhitten en te filteren haalt de bioraffinaderij van het Limburgse bedrijf eiwitten, suikers, mineralen en alternatieve meststoffen uit het gras. Het gras dat overblijft, zogeheten ontsloten gras, is duurzamer en gaat terug naar de boer als ruwvoer voor zijn koeien. Dat gras kan de koe makkelijker verteren dan ingekuild gras. Daardoor bevat diens mest 30 procent minder ammoniak en 30 procent minder fosfaat en stoot de koe 10 tot 15 procent minder CO₂ in de vorm van methaan uit.
De eiwitten uit het gras vormen een alternatief voor de soja die nu aan varkens en kippen wordt gevoerd en kunnen op termijn – als de wet het in de toekomst toestaat – in plantaardig voedsel voor consumenten verwerkt worden. Dat kan de import van soja verminderen uit gebieden waar de teelt voedselproductie verdringt of door ontbossing en watergebruik lokale ecosystemen aantast. Daarom dicht het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit het bedrijf een belangrijke rol toe in de Nationale Eiwitstrategie. Die is erop gericht om minder afhankelijk te worden van de import van soja. “Wat de koe in de mest stopt, halen wij eruit. Door het proces van Grassa wordt van elke hectare grasland 50 procent meer voedsel afgehaald. Uit een kwart van het grasareaal in Nederland kunnen we voldoende eiwit produceren om aan de totale landelijke vraag naar soja te voldoen,” zegt directeur Rieks Smook van Grassa.
Om die stap te kunnen maken heeft Grassa nieuwe investeerders nodig. Om die te vinden kreeg de start-up hulp en ondersteuning van het Fastlane-programmavan Invest-NL. Smook: “Wij bleken voor hun een lastige case omdat we een hele sector willen verduurzamen met duizenden zelfstandige, onafhankelijke ondernemers, die we moeten overtuigen om een aanpassing te maken in hun basisgrondstof.” De vraag was dan ook: hoe komt Grassa door zijn zogeheten Death Valley, de fase waarin de meeste start-ups stranden omdat er nog nauwelijks geld wordt verdiend en er toch investeringen nodig zijn. Invest-NL keek kritisch naar het businessmodel en de benodigde investeringen en zette Grassa op de juiste koers. “We zijn nu klaar voor de volgende fase en kunnen investeerders gaan benaderen om op te schalen”, aldus Smook.
Michiel Strijland
sr. business development manager
