Skip to content

30 oktober 2026

4 minuten

Met de juiste keuzes kan Nederland zijn sterke positie in agrifood biotech verzilveren

Nederland heeft alles in huis om internationaal voorop te blijven lopen in landbouw- en voedselinnovatie. Van gewassen die beter bestand zijn tegen klimaatverandering tot biologische gewasbescherming en nieuwe eiwitten uit fermentatie: Nederlandse kennis en technologie bieden grote kansen voor economische groei en een duurzamer voedselsysteem. Om die kansen te benutten, moeten innovatieve biotechbedrijven sneller naar de markt kunnen en kunnen doorgroeien. Dat concludeert Invest-NL in het nieuwe agrifood biotech deep dive rapport.

Lukt het om die bedrijven sneller op de markt te krijgen en te laten opschalen, dan kunnen Nederlandse agrifood-biotechbedrijven volgens de scenario-analyse in 2040 zo’n € 17 miljard extra omzet per jaar halen. Het rapport is gebaseerd op gesprekken met ruim 150 ondernemers, investeerders, onderzoekers en beleidsmakers en op vijftien jaar investeringsdata, en brengt de belangrijkste groeikansen en belemmeringen in kaart.

Tien jaar wachten op een alternatief voor chemische gewasbescherming  

Waarom deze bedrijven moeilijk doorgroeien, maakt het rapport onder andere duidelijk aan de hand van biologische gewasbescherming, waarin Nederland wereldwijd koploper is. De toelating voor een nieuw middel kan in Europa acht tot tien jaar duren. De regels zijn grotendeels geschreven voor chemische middelen en sluiten daardoor niet altijd goed aan op biologische alternatieven. Mede hierdoor kiezen bedrijven ervoor hun producten daarom eerst in Brazilië en de VS op de markt te brengen. Volgens de deskundigen groeit Nederland hierdoor niet mee met een markt die tot 2040 zeven tot tien keer zo groot wordt.

Geld voor de eerste fabriek ontbreekt

Bij nieuwe voedselingrediënten, zoals eiwitten uit fermentatie, speelt dezelfde uitdaging. Ze wachten in Europa één tot drie jaar langer op toelating dan in de VS. En wie wil opschalen, loopt aan tegen de kosten van een eerste fabriek: al snel tientallen tot honderden miljoenen euro’s. Een financieringsroute daarvoor ontbreekt. Bestaande steunregelingen passen vaak niet, en sluiten deze bedrijven soms zelfs uit, juist omdat ze jarenlang verlies lijden. Met de juiste keuzes verdienen Nederlandse bedrijven in 2040 zo’n € 8 miljard per jaar aan deze ingrediënten. Bij ongewijzigd beleid blijft het bij ongeveer € 2 miljard.

“De wetenschap werkt steeds beter. De echte uitdaging is de financiering van de weg naar commerciële schaal,” zegt Corjan van den Berg, medeoprichter van Revyve, dat eiwitten uit gist maakt. “Investeerders alleen kunnen dat niet dragen. Bedrijven hebben ook leningen, garanties en subsidies nodig om de stap naar industriële productie te zetten.” 

Samen het risico dragen

Om de kansen te benutten is samenhangende actie nodig. Er moeten meer bedrijven ontstaan, de regels en de toegang tot testfaciliteiten moeten beter, klanten dienen eerder aan te schuiven en publiek kapitaal kan helpen de risico’s van een eerste fabriek te delen en zo private investeringen mogelijk maken. Dat betekent niet dat de veiligheidseisen omlaag gaan. Wel moeten de regels passen bij wat er wordt beoordeeld. Nederland hoeft ook niet alles zelf te produceren. Het gaat erom dat kennis, bedrijven en strategische onderdelen van de keten in Nederland blijven. 

De kans wacht niet

“Nederland staat er goed voor om voorop te lopen in agrifood biotech, maar die kans wacht niet,” zegt Jellie Banga, Chief Business Officer van Invest-NL. “Nieuwe technologie heeft toezichthouders nodig die haar willen toelaten, boeren die haar willen testen, consumenten en voedingsbedrijven die haar willen kopen, en investeerders die haar willen financieren. Hiervoor is samenwerking in de hele keten nodig.”

Over het onderzoek 

Invest-NL brengt in een reeks van vier deep dives de belangrijkste biotechkansen voor Nederland in kaart, zodat ondernemers, investeerders en overheden vanuit een gedeeld beeld kunnen werken.  

De Deep Dive Agrifood Biotech onderzoekt drie waardeketens: zaadveredeling en genetica, biologische landbouwmiddelen, en biotech-ingrediënten en voedseltoepassingen. Per waardeketen zijn zes factoren geanalyseerd die bepalen of bedrijven kunnen opschalen: marktvraag, infrastructuur, talent, kapitaal, regelgeving en samenwerking in het ecosysteem. Het onderzoek is gebaseerd op gesprekken met ruim 150 ondernemers, investeerders, onderzoekers en beleidsmakers en op investeringsdata van 2010 tot april 2026. Het onderzoek wordt ondersteund door de Europese Unie via de InvestEU Advisory Hub. 

Vragen over dit onderwerp? Michiel helpt je graag verder.

Michiel Strijland

sr. business development manager

Lees meer nieuwsartikelen

Bekijk meer